De Kempen


Het open zandlandschap


HET WILDE WESTEN VAN NEDERLAND

De Kempen betekent letterlijk ‘open vlakte’ (vanuit het Latijn ‘Campinia’). Ontdek deze ruige open vlakte van de Kempen, waar lange tijd schaapsherders en keuterboeren de toon zetten. Ontdek de creativiteit die de armoede voortbracht en de donkere spannende verhalen die de Kempenaars levend hielden. In dit gebied bouwden de eerste landbouwers hier hun povere bestaan op de arme zandgronden. Geholpen door schapen en koeien(mest), ontstonden hier kleine landbouwkernen. Maar door de schapen ontstond hier ook wolproductie, wat uitgroeide tot een textieleconomie.

Het gebied met vergezichten, vennen, beekdalen en heide kende lange tijd de kerk als belangrijkste invloed. Dit is nog herkenbaar in de gotische architectuur van kloosters en abdijen, met bijpassende abdijbier en -kaas.

Ontdek het open gebied per voet of fiets, bezoek een herberg, maak kennis met de gastvrije Kempenaar of steek een kaarsje op in een van de kapellen of kerken onderweg.

1

Vergezichten en heidevelden

HISTORISCHE KERNEN EN STREEKGASTRONOMIE

Tussen de Maas en de Schelde ligt een hoger gebied met opgewaaide zandgronden. Dit gebied was voor de ontginningen in de 19e en 20e eeuw woeste grond, bestaande uit heidevelden, vennen en kleine hoogveentjes. De dorpen met hun grote akkercomplexen lagen vaak op de grens van de beekdalen en de hogere gronden. Door de ontginningen van de lager gelegen natte gebieden en heidevelden en de bouw van nieuwe boerderijen, is het landschap veranderd. De beekdalen veranderden van kleinschalige weiden en hooilanden in open maisakkers.

De Kempen biedt prachtige vergezichten, bijzondere watergebieden met unieke watervogels, mastbossen, uitgestrekte weidse heidevelden en stuifduinen. Het landschap en de historische dorpskernen en landgoederen kunnen te voet, per fiets of paard uitstekend ontdekt worden.

Ook culinair is het genieten in De Kempen. Aards en Zoet, dat is de smaak van de Brabantse Kempen. Maak kennis met de ‘lokale helden’ van de streekgastronomie; ze delen met passie hun verhaal over het streekproduct.

Zeldzaam landgoed in Nederland

Landgoed de Utrecht

Ontdek het kenmerkende landschap van de Kempen te voet of per fiets. Landgoed De Utrecht laat zien hoe woeste heidegrond aan het einde van de 19e eeuw werd omgevormd tot productiegronden.

Bekijk

Schapen en koeien als redmiddel

BOEREN OP ZANDGROND

Voor de introductie van de kunstmest, was het moeilijk boeren op zand. Dit maakte de boeren creatief. Schapen- en koeien(mest) vervulden hierbij een belangrijke rol. Het Kempens heideschaap is sinds 1800 een apart ras. Deze schapen zorgden door hun mest voor vruchtbare akkers en daarom waren ze essentieel voor de Kempen. De mest werd vermengd met heideplaggen en bosstrooisel. Ook de mest in de potstal van de koeien werd met plaggen vermengd. De heidevelden van de Kempen werden ontgonnen door het Kempische rund, een variëteit die al lang niet meer bestaat. Langs de uiterwaarden van de Maas, kwam het Maas-Rijn-IJssel rund voor en op de zandgronden de wat meer geharde variant hiervan, het Brandrode rund.

Vanaf begin 19e eeuw kwamen ook Spaanse merino schapen naar de Kempen, gestuurd door Napoleon en later door Willem I van Nederland, zodat de wol van de schapen verbeterd werd. Deze wol werd onderscheidend in Nederland, en daardoor kon een wolindustrie ontstaan. Begin 20e eeuw werd de arme zandgrond herbebost en in cultuur gebracht, en liep het aantal Kempische schapen flink terug.

Wolstad van Nederland

SCHAPEN EN TEXTIEL

De goede wol van de Kempische schapen bracht al snel twee bekende merken voort, Scheepjeswol en AaBe Textiles. Dankzij de goede wol afkomstig uit de Kempen konden plaatsen als Tilburg en Bergeijk een textielindustrie ontwikkelen.  Het TextielMuseum in de stad is nog een herinnering aan deze tijd. Het TextielMuseum werd in 1958 geopend in een voormalige fabrikantenvilla en is sinds 1985 gehuisvest in de voormalige textielfabriek van de firma C. Mommers & Co., ooit een van de grootste werkgevers in Tilburg. Ook voormalig weverij De Ploeg in Bergeijk is een verwijzing naar deze tijd. De woning- en meubelstoffen van weverij de Ploeg, ‘Ploegstoffen’, stonden bekend om hun hoge technische kwaliteit.

Toen de merino schapen geïntroduceerd werden, zorgden deze niet alleen voor vruchtbare akkers, maar ook voor superieure wol. Tilburg is daar eind 19de eeuw groot mee geworden. In 1871 telde de stad maar liefst 125 wollenstoffenfabrieken. De Tilburgers hadden ook een bijnaam: de kruikenzeikers. Ze spaarden namelijk urine in kruiken, omdat deze werden opgekocht om later wol mee te wassen.

Metamorfose door industriële conglomeraten

KENNIS EN INDUSTRIE

Een grote verandering in het gebied ontstond in de jaren 30 van de vorige eeuw door de komst van  o.a. Philips, DAF, VDL en ASML met een uitgebreide toeleveringsindustrie vanuit de dorpen en marktsteden. In de grotere omringende steden ontwikkelden de universiteiten zich in samenwerking met het bedrijfsleven tot mondiaal erkende R&D-centra en het midden- en kleinbedrijf ontwikkelde zich tot een economische partij van belang met een concentratie van bouwbedrijven, maakindustrie en logistiek. Ook de klassieke plattelandssectoren als land- en tuinbouw, recreatie en toerisme groeiden uit tot belangrijke economische pijlers.

De Kempen is ook een gebied voor kunst en architectuur. De armoede bracht juist architectuur en kunst topwerken in dit gebied, zoals van Mondriaan, Rietveld en Mien Ruys. Er zijn meer dan 25 musea te bezoeken in dit gebied en veel lokale kunstenaars hebben hier hun atelier.

Bergeijk, Rietveldgemeente

Weverij de Ploeg

Laat je verrassen door een van de parels van de Nederlandse architectuur. In Bergeijk ontwierp Rietveld meerdere unieke objecten. Rietveld is een van de grootste architecten van de vorige eeuw. Weverij de Ploeg is zijn enige industriële werk.

Bekijk

Moes- en kruidentuinen

MIDDELEEUWSE TUINTRADITIES

In de middeleeuwen werd het leven in grote mate bepaald door de kerk. In de Kempen is de kerk een lange tijd de belangrijkste invloed geweest, omdat er geen adel leefde in dit gebied. Vanaf de middeleeuwen begonnen monniken ommuurde tuinen aan te leggen om kruiden en groenten en fruit te verbouwen. De kruidenbedden werden meestal opgehoogd. Kruiden die veel werden gebruikt zijn kruizemunt, peterselie, ruit, selderij, salie, wilde munt, koriander, ui en koolrabi. Vruchtbomen waren appel, peer, mispel, hazelnoot, kweepeer en moerbei. Verder kweekte men bloemen als blauwe iris, vogelmelk, boerenwormkruid, kattenkruid, vrouwenmantel, slaapbol, heemst en stokroos.

De kerk had ook invloed op wat er gedronken werd. Per decreet verbood Napoleon niet alleen alle wijnbouw in de Lage Landen, in eigen land verbood hij het de kloosters ook nog langer wijn te verbouwen en te produceren. Echter, de slimme monniken lieten zich niet kisten, stichten een nieuwe orde, die der Trappisten, en gingen bier brouwen. Twee van de brouwerijen bestaan nog in de Kempen: La Trappe in Berkel-Enschot en De Achelse Kluis in Valkenswaard.

Het vette goud

SMOKKELWAAR

Waar een grens is, kan gesmokkeld worden. Tot 1970 met de invoering van de EEG werd er veel tussen Nederland en België gesmokkeld, zoals suiker, koffie, zout, gedestilleerd, tabak, sigaren, sigaretten, vloeitjes, kauwgom, wol , katoen, dameskousen, handschoenen, heren boven- en onderkleding, dames boven- en onderkleding, koeien, kalveren, biggen, tapijten, jachtpatronen, deurmatten, horloges, koffers, radiotoestellen, schoenen, elastiek, zeep, waspoeder, fietsen, motorfietsen, kinderwagens, binnen en buitenbanden.
Dit gebeurde vaak over eeuwenoude routes, nachtelijke smokkelroutes dus.

Een van de meest opvallende producten was boter, het vette goud. In 1955 kostte een kilo boter in Holland 3 gulden, in België 2 keer zo veel. In 1951 werd vermoedelijk een miljoen kilo boter per maand naar België gesmokkeld, dat is een derde van het totale gebruik in België. Belangrijkste reden voor het verschil was de subsidie van de Nederlandse overheid op boter en Belgische importheffingen op boter. Het is het meest winstgevende smokkelproduct in de geschiedenis, waardoor er een nietsontziend gevecht ontstond tussen de douane en de smokkelaars. Pantserwagens, kraaienpoten, wapens en wilde achtervolgingen voor wat kilo boter! Smokkelaars en douaniers zagen het beide als een groot spel, een romantische misdaad.

Cultureel erfgoed

Sigaren

Je zou het niet verwachten, maar Nederland is nog steeds een van de grootse sigarenexporteurs ter wereld, met de Kempen als centrum. De productie vindt hier nauwelijks nog plaats, maar het was ooit een bloeiende industrie. Nu is de Brabantse sigarenindustrie erfgoed geworden. In deze regio bestonden ruim 200 sigarenfabrieken. Hofnar was een van de grootste van Nederland, met meer dan duizend werknemers tot kort voor de Tweede Wereldoorlog. Het bedrijf is in 1900 opgericht en ging in 1990 ten onder. De naam verwees naar de hofnar in Verdi’s opera Rigoletto. De naam van het cultureel centrum in Valkenswaard (de Hofnar) is een herinnering aan de gloriedagen van dit Brabantse bedrijf.

In de bloeidagen van de sigarenindustrie kende iedereen de goudbedrukte dozen en kistjes, kleurige sigarenbandjes en fantasierijke merknamen als Velasques, Senator, La Paz of Elisabeth Bas. Het sparen van sigarenbandjes was ook een populaire hobby. In het Museum de Sigarenmaker in Bergeijk is de rijke historie over de sigaren in dit gebied te ervaren.

Landgoed de Hoevens

Grafheuvels

Al sinds de bronstijd leefden mensen op landgoed de Hoevens. Enkele jaren geleden zijn namelijk restanten van grafheuvels hier ontdekt. De cirkel is door de huidige eigenaars rond gemaakt, met de realisatie van een natuurbegraafplaats op het landgoed. De 190 hectare graslanden, akkers, houtwallen en lanen vormen samen met monumentale boerderijgebouwen een zeldzaam Kempisch coulisselandschap met een grote natuur- en cultuurhistorische waarde.
Het beheer van Landgoed de Hoevens is gericht op duurzaamheid, het behoud van het historische cultuurlandschap en de verbinding tussen mens en natuur. De graslanden van De Hoevens worden begraasd door een eigen kudde Clun Forrest schapen en Lakenvelder koeien van Boerderij Van ‘t Zandeind uit Riel. Dankzij dit verschralingsbeheer ontwikkelt zich een grote soortenrijkdom. In de beekdalgraslanden groeien soorten als moerashershooi, moeraswolfsklauw en de kleine zonnedauw. Amfibieën, vlinders en vogels vinden hier een aangenaam leefgebied – bijzondere dieren als de kamsalamander, de heidekikker, het genitiaanblauwtje, de grutto, de korhoen en de patrijs gedijen goed. Op de akkers worden biologische granen verbouwd, waaronder enkele ‘vergeten’ soorten zoals het St. Jansrogge. Van het rogge brouwt een lokale brouwerij het eigen Sint Jansrogge bier. De lokale bakker bakt er koekjes, een molensteentje (kruidkoek), crackers en ontbijtkoek van.

Keuterboeren en landlopers

Het wilde westen

Met de Belgische onafhankelijkheid in 1830, werd de Kempen verdeeld. Deze gebeurtenis veranderde veel. Het gebied De Kempen veranderde in een woestenij. Het werd een katholieke kolonie van Brussel en Den Haag waar het proletariaat uit de steden naar de landbouwkolonies werden verbannen. Arme zandboertjes, landlopers en gevangenen en landbouwkolonies: De Kempen werd al snel het Siberië of het Wilde Westen van de lage landen. De boeren waren arm en redde het niet altijd op het zand. Veel boeren trokken dan naar de industriële centra die uitgroeiden tot de nieuwe steden Tilburg en Eindhoven.

Het zijn de Kempenaren in dit grensoverschrijdend landschap van zand die de basis voor de verdere ontwikkeling vormen. De economische toekomst van de Kempen ligt in de kennisindustrie, de intensieve land- en tuinbouw en de Kempense belevingseconomie. Naast typische kenmerken van de Kempenaren als samenhorigheid, ondernemerschap, flexibiliteit en creativiteit is vooral de Kempense bescheidenheid de oorzaak van de relatieve onbekendheid van het gebied en haar producten.

Brabantse mirte

GAGEL

De gebieden rond het ven De Flaes en de Broekeling zijn gezegend met heerlijk geurende Gagelstruwelen, vroeger bekend als Brabantse mirte. Gagel is een bladverliezende struik die houdt van zurige, venige grond op heidevelden, moerasbossen en laagveenmoerassen. Het is een aromatische geurende struik, laurierachtige geur, en werd vroeger als medicinale plant of toverplant gezien. Hij werd ingezet bij kiespijn en als insectenwering. Zo zou deze plant goed werken tegen knutten, waar gewone muggensprays niet tegen werken. Ook werd Gagel gebruikt bij het leerlooien. De gele vrouwelijke bloemknoppen werd als verfstof ingezet.
In de middeleeuwen was de bitterstof in de bladeren belangrijk voor het gruut, het kruidenmengsel dat bier hielp langer houdbaar te zijn. Gagelbier is weer populair en is een heerlijk eerlijk Kempisch product. Hiervoor worden de mannelijke katjes van de Gagelstruik gebruikt voor een heerlijk goudblond biertje.

To Top